0611346979 info@waheeda.nl

“Er zijn reizen die ik me niet kan herinneren maar ik weet dat ik ze gemaakt heb. Toen ik klein was zijn we naar Portugal geweest. Naar de Verenigde Staten, Australië.”
Bedoel je samen met papa? We zijn niet met jou naar Amerika geweest. 
“Oh ja! Toen zat ik nog in de buik.”
Je was inderdaad al aan het reizen toen je in de buik zat.

Het begin van ons moederdaggesprek op 8 mei 2022. Niet zonder reden. Jaden, mijn zoon, heb ik zojuist gevraagd wat zijn vroegste en mooiste  herrineringen met mij zijn. Om hem op weg te helpen, reikte ik aan: misschien wel een reis.

Terwijl ik dit schrijf, vraag ik mij af waarom ik Jaden het voorbeeld ‘reizen’ aanreik. Is het omdat het heerlijk neutraal is? Concreet? Veilig? Simpel? Niet zoals ingewikkelde vragen over moederschap? Wat hij van mij vindt? Onzeker over zijn antwoorden? Juist op de dag waarop ik worstel met het besef dat het wel eens mijn laatste moederdag kan zijn. Moederschap, moeder zijn, moeder worden, moederhonger flitsen allemaal door mijn hoofd. Ze vormen de rode draad in mijn bestaan.

Ik was ook al aan het reizen toen ik in de buik zat. Mijn moeder vloog naar Suriname om de laatste maanden van haar zwangerschap met haar moeder door te brengen. Zo ben ik in Suriname geboren. Na mijn geboorte vloog ze weer terug naar Guyana.

Er stond een moederdagontbijt gepland in Landgoed Schovenhorst in Putten. Ik wilde vanwege onvoorspelbaare bijwerkingen, het liefst, in mijn badjas met mijn mannen gewoon gezellig thuis ontbijten en samenzijn in ons paradijsje in Putten. Dat wilden zij ook het liefst. Met mijn dieet heb je niet echt veel werk aan een moederdagontbijt. Ik had een bestelling geplaatst: koolhydraatarm brood en een gekookt ei. Het brood wilde ik net als English toast, geroosterd hebben. Dat doen je met echte boter aan beide kanten en om en om bakken in een koekenpan. Jaden kent het heel goed. Dat maak ik namelijk nog steeds voor hem klaar maar dan de tosti versie. Mijn opa was er ook dol op. Als ik geroosterd brood ruik, moet ik aan hem denken. De laatste dagen denk ik vaak aan geroosterd brood.

Na deze vierde ronde chemotherapie, is mijn smaak nog meer veranderd en ben ik kieskeurig over wat ik in mijn mond stop. Door verminderde mond slijmvlies heb ik last van irritaties in mijn mond, ruwheid in mijn slokdarm en opkomende misselijkheid. Vorige keer had ik aften. Ik spoel tussen alle maaltijden door mijn mond met baking soda opgelost in water en poets een paar keren per dag mijn tanden. Het gaat mij niet om wat er op het menu staat maar om het samenzijn. Met onze verschillende leefritmes komt het niet vaak voor dat wij samen ontbijten aan onze eigen tafel.

Het brood smaakt naar geroosterd spons. Ik kan er niet over zwijgen. Dat doen wij geen van allen als we iets niet lekker vinden. Dit was ook brood dat ik voor het eerst aan het uitproberen was. Voorverpakt koolhydraatarm brood. Rik heeft dit, speciaal voor mij, online gekocht. Natuurlijk ontzettend lief, maar toch maar terug naar mijn low carb lijnzaadbrood. Met een textuur als roggenbrood en een smeuige smaak, tenminste in mijn gehavende mond. Een blijvertje. Het gesprek aan tafel op een moederdag waarvan ik niet weet of het mijn laatste zal zijn, was in ieder geval vele sneetjes spons wel waard. 

Kan het ook zijn dat ik automatisch aan één van mijn eerste passies denk? Daarom Jaden het voorbeeld reizen aanreik? Ik heb namelijk veel met Jaden gereisd. Al toen ik vijf maanden zwanger was en hij druk bewoog in mijn buik. Ik had mij voorgenomen om hem als moeder de wereld te laten zien en andere culturen te laten ontdekken. Dat hij een wereldburger mocht worden. Toen hij twee maanden oud was maakte hij zijn eerste reis. Sindsdien reizen wij de wereld over. Vaak samen, soms met Rik. Onze moeder- zoonreizen doen we minstens één keer per jaar. Ik geef liever geld uit aan reizen of belevenissen dan aan spullen. 

Ik heb het niet van een vreemde. Mijn vader hield ook van reizen. Misschien komt het door de vele avonden die hij met ons doorbracht met een grote wereldatlas op tafel die hij op een willekeurige bladzijde opensloeg. Wij belandden dan op een land, en net als de vele knoppen waar je in een museum op kan drukken om het verhaal van een object te horen, begon mijn vader te praten.

Door zijn wijzende vinger over de landkaarten en zijn storytelling, maakte ik mijn eerste (wereld)reis. In mijn hoofd. Ik waande mij in het Mongoolse Rijk, in London, in India als een godin en in Suriname en in Nederland waar mijn moeder woonde. Kleine stippen op de wereldkaart die eilanden waren vond ik fascinerend. Ik voelde me Robinson Crusoe. Ik fantaseerde over de vele reizen die ik later, als ik groot zou zijn, zou maken. Met of zonder mijn vader. De vele boeken die ik verslond, hielpen om de plaatjes in te vullen. Ik waande me als een avonturier of een ontdekkingsreiziger die van land naar land zou reizen. Nieuwsgierig naar mensen, culturen, verhalen…nieuwsgierig naar mijn moeder en mijn zus die zich daar buiten in de wijde wereld begaven.

Wij hadden het geregeld over de reizen die papa zou maken. Vooral reizen naar Canada, om een betere toekomst voor ons op te bouwen. Veel van onze familie en vrienden vertrokken in die tijd naar het buitenland. Naar Engeland, Verenigde Staten en Canada. De inwoners van Guyana kwamen, door de vele kolonisatie, slavernij en contractarbeiders overal vandaan. Zij kenden de tragedies van de diaspora, de ontheemden, van verlies, vervreemding, armoede, overleving. Mensen die hadden geleerd zich overal aan te passen en er wat van te maken. Neither here nor there. Dit gevoel ken ik ook.

Velen bleven, anderen keerden terug naar hun eigen land. Degenen die bleven maakten van Guyana een soort transitieland. De stop die je maakt voordat je verder reist. Dat kon dan twee generaties duren. Een wending in een hero’s journey. Misschien was dat wel het gevoel dat gedurende mijn hele jeugd overheersde, ontheemding. Ontheemd van mijn moeder, van een thuisgevoel. Steeds op zoek naar dat gevoel.  Zij vertrok op mijn vijfde uit Guyana en kwam nooit meer terug.

Ik kan mij nog herinneren, toen mijn ouders nog samen waren, dat  we op een strand liepen. In Guyana waren er toen geen echte stranden. Dit was een uitstapje naar Cayenne, Frans Guyana. Ik weet niet of ik het gevoel van de lucht, de zee en het zand mij echt kan herinneren of dat mijn fantasie dat later invulde. Ik was toen drie jaar oud en mijn moeder hoogzwanger van mijn broer.

Ik kan mij ook herinneren dat papa op reis ging en ons achterliet in Suriname bij de ouders van mijn moeder. Een toekomst in Canada verkennen. Dat wij hem vanaf ons balkon uitzwaaide. We gingen niet met hem mee naar het vliegveld. Ik weet ook vaag hoe dat voelde toen hij terugkwam. Opwinding. Nieuwsgierigheid. Hij kwam altijd terug. Hoe hij rook. Appels! Net als de geur die verrees uit de koffer van mijn oma op één van haar spaarzame bezoeken aan Guyana. In de jaren 70 emigreerde zij samen met haar kinderen, waaronder mijn moeder en mijn jongste zus die bij mijn moeder woonde, van Suriname naar Nederland. Dezelfde geur die mij overviel toen ik voor het eerst het vliegtuig uitstapte in Nederland. 

Mijn vader is van zijn broers en zussen de meest bereisde. Hij heeft in Canada en de VS gewoond en heeft Engeland, Nederland, Rusland, Azerbeidzjan, Trinidad, Suriname en Frans Guyana bezocht. Dat is heel bijzonder voor een kleermaker uit Guyana die het echt niet breed had en zeven dagen per week werkte.

Hij ligt nu begraven in New York. Net als een matroos die op zee sterft en een zeemansgraf krijgt. Passend voor een man die veel reisde. Tot Covid bezochten Jaden en ik bijna jaarlijks New York. Om familie, om mijn vader en later om zijn graf. 

Als kind verhuisden wij om de haverklap. Vooral na het vertrek van mijn moeder en een mislukte poging van mijn vader om ons gezin te herenigen. De mislukking die hem zijn jongste dochter kostte. Door een fatale, spur of the moment keus belandde zij bij mijn moeder en daardoor twaalf allesomvattende jaren van ons gescheiden. Zij groeide op in Suriname en Nederland en mijn broer en ik in Guyana. Op de wereldkaart vingerkoten uit elkaar, in het echt oceanen, werelden.

Wij bleven met zn drieën over. Mijn vader, mijn broertje en ik. En, net als nomaden hadden we niet veel spullen. Heel lang pasten alles wat wij hadden in koffers. We gingen van plek naar plek, van huis naar huis en soms ook van gezin naar gezin. Papa deed nog twee pogingen om een bestaan op te bouwen in Canada. Wij bleven achter bij familie of vrienden met alle gevolgen van dien: misbruik, uitbuiting en mishandeling. Schaamteloos schrijven betekent dat ik dit ooit zal openbaren. Ik heb er al duizenden woorden over geschreven en mijn mond laten ontsnappen. Toevertrouwd aan papier en aan dierbaren. Ik ben er nog niet klaar voor om jou dit toe te vertrouwen. Nog even niet.

Mijn gevoel van ontheemding, nergens thuis zijn of voelen werd er niet beter op, al keerden papa altijd terug. Dat gevoel zal mijn hele leven bij mij blijven en later door een psycholoog gediagnosticeerd worden als een uitgestelde, chronische vorm van PTSS. De symptomen die mij mijn hele leven plaagden waren intense gevoelens van onveiligheid, angst en ontheemding die op willekeurige momenten konden opduiken waardoor ik mij het liefst onzichtbaar in een hoek wilde verstoppen. Alsof ik ineens wakker werd in een onheilspellende omgeving, een drakenhol en weg moet zien te komen. Mijn buik verstrakt en mijn maag draait om. Dit gevoel heb ik aanvaard en ik ben ook in staat om mijzelf te troosten wanneer het opduikt. Dat gevoel neem ik mee mijn graf in. Eerder dan ik had gedacht. Sinds mijn diagnose metastatisch leiomyosarcoom heb ik opvallend genoeg geen episodes gehad.

Toen mijn moeder mij op mijn 17e in Guyana ophaalde en meenam naar Nederland dacht ik de thuis te vinden waar ik naar verlangde. Niets was minder waar. Het patroon van verhuizen van plek naar plek zette zich voort. De wereld ontdekken deed ik zodra ik daar het geld voor had. 

Settelen, huis, boompje, beestje deed ik voor Jaden. Om hem wel een thuisgevoel te geven. Jaden kreeg in de baarmoeder de reisvirus mee. Wij reisden door de Verenigde Staten, Cuba, Guyana en Barbados. Toen we terug in Nederland waren, was het al bijna tijd om te bevallen. Voor zijn vierde levensjaar had hij in 2003 de oostkust van Australië bezocht en bij de great Barrier Reef met Napoleon vissen gezwommen. Daar heeft hij helaas weinig herineringen aan.

“Australie kan ik mij een klein beetje herinneren. Wij zijn in Italie geweest, Kroatië, op veel plekken in Nederland, Spanje, Kopenhagen… Kuala Lumpur.”
De reizen met papa erbij kan jij je niet herinneren? Naar Griekenland, Turkije?
“Nee.”
Is er een reis die je het mooist vondt?
“Nee niet echt nee. Ze waren allemaal leuk.”

Note to self: een reislijstje met bijzondere gebeurtenissen maken voor Jaden. Dat wordt een lange lijst. Want ook met Rik hebben wij veel gereisd.

Jij mag ook vragen stellen hoor Rik.
“Wat is nou zo leuk aan je moeder? Even er vanuitgaande dat er iets leuks te vinden is aan je moeder.”
“Nou, ze is spontaan, optimistisch ennn…het geeft een goed gevoel om bij haar te zijn.”
Wat bedoel je met een goed gevoel?
“Een gevoel van thuis zijn.”

Mijn adem stokt. Niet huilen! Ondanks alle tegenslagen in mijn leven, mijn eigen tekortkomingen en trauma’s, ben ik in staat geweest om mijn zoon een thuisgevoel te geven. Ik realiseer me dat ik allang dat thuisgevoel bij mijzelf, mijn kind en mijn man heb gevonden.

Heb je bij iemand anders dat gevoel?
“Bij Rik. Ook wel bij papa maar nog meer bij Rik.”
Hoe zie je jouw relatie met Rik?
“Vader- zoonrelatie.”

Voor het eerst heeft Jaden dit gezegd en voor het eerst dringt het tot Rik door dat Jaden dit vindt. Nu huilen wij samen. Vandaag zijn wij thuisgekomen bij elkaar. Vandaag is bij ons thuis niet alleen moederdag, maar ook vaderdag. Vandaag reizen we samen verder. Zolang we dat nog kunnen. We keren altijd terug. Thuis. Bij elkaar. Kanker of geen kanker.

 

 

 

 Waheeda

Mijn dagelijksheden met kanker deel ik schaamteloos met jou en, hoop je aan te moedigen je eigen wijsheid te vinden en te leven zoals jij wilt ondanks ziekte, angst of knagende draken.

 

 

 

Translate »
× Chat?