0611346979 info@waheeda.nl

“Volgens mij hebben wij nooit samen een roadtrip gedaan.”

Jawel. We zijn vorig jaar in Luxemburg geweest voor je verjaardag maar dit is wel de langste trip die we samen met de auto maken.

Ook mijn langste trip in de auto sinds mijn diagnose.
Jadens playlist 2000 nostalgie staat op. Zijn nostalgie. Maar eerlijk is eerlijk: veel van de nummers vind ik leuk. Wat zegt dat over mij? Bij ‘Father and son’ van Alain Clarke moet ik stiekem een traantje wegpinken. Nostalgie om mijn eigen vader, nostalgie om mijn zoon en zijn vader van wie hij, door onze scheiding, sinds zijn 6e jaar gescheiden leeft. Nostalgie om wat hem te wachten staat als hij zijn moeder verliest. Nostalgie om Rik en zijn eigen zoon van wie hij, ongewenst, al 15 jaar gescheiden leeft. Nostalgie om mijn zoon en mijn man die door mij samengebracht zijn en straks mij dreigen te verliezen.  Ik weet niet of nostalgie het juiste woord is, want als het gaat om mijn sterfte kan ik alleen maar bedenken hoe het voor hen zou zijn.

Wanneer zijn vader en ik scheidden, besloot ik om ieder jaar een weekendje of langer met Jaden weg te gaan. Dat begon al in 2006. Toen we nog een gezin vormden, reisden we veel met hem. De eerste reis begon toen hij 2 maanden oud was: twee weken Lissabon. Daarna volgden Budrum (Turkije), Bali (Kreta), Zakynthos (Griekenland). Toen hij 3,5 jaar oud was reisden wij zes weken rond, langs de oostkust van Australië – van Sydney naar Cairns. Jaden vond het maar gek dat we steeds onderweg waren en maar niet aan kwamen op vakantie. En ook dat we niet even zijn K3-CD konden ophalen. Ik heb reisverslagen gemaakt. Misschien maakt hij ooit in zijn eentje of samen met Rik of een geliefde, dezelfde reis. 

We reisden ook veel in Nederland. Vlieland was onze favoriete plek. Jaden wilde daar wel wonen.

Vanaf 2006 gingen wij samen naar Venetie (Italie), New York (jaarlijks), London en daarna vele reizen met Rik met moeder-zoon tussendoortjes.

In 2020 hadden wij opnieuw een Australië reis in de planning. Wij drieën. Karin, mijn bestie, zou als extra reisgenoot mee gaan. Helaas gooide Corona roet in het eten en werd Australië geannuleerd. Tot op heden wachten wij op de duizenden euro’s, een “alles dekkende annuleringsverzekering” ten spijt.  Extra zuur: zowel Karin als ik zullen waarschijnlijk nooit meer zo’n lange reis kunnen maken.

“He! Ik heb nooit een Coca Cola truck gezien!”
Deze rijdt naast ons. Net zo éen als in de Coca Cola commercials.
Oh?
“In Nederland wordt Coca Cola door de Sligro of dat soort distributeurs vervoerd. Oeps! Ook nooit een speedbump meegemaakt op een snelweg.”
We zijn bij de afslag Bremen.

Waarom zou dat zijn denk je?
“Waarschijnlijk doordat er kabels over de weg heen liggen.”
Klinkt logisch.

Daarin lijkt Jaden op zijn vader en zijn broer. Alledrie wandelende wikipedia’s. Ik kan me erom verwonderen en ontroerd raken. De tijd dat ik ze betweters vond, is al lang voorbij.

Tussen Rik, Jaden en ik bezitten we een bak algemene kennis waar je je van afvraagt: wat moet je ermee? Altijd leuk bij een pubquiz, trivial pursuit en dat soort hersengymnastiek. Al moet ik eerlijk zeggen dat ik, na zes rondes chemotherapie, niet weet hoeveel nutteloze kennis er nog over is.

“Oh nee!”
Wat?!
“Twenty five minutes delay ahead due to traffic conjestion.” (Jaden heeft zijn telefoon instellingen in het Engels staan. Dat levert hilarische gesprekken op met Google maps. Alle straat- en plaatsnamen worden met een Engelse uitspraak genoemd.) File dus! De loeiende sirenes van de ambulance achter ons doet vermoeden dat het om een ongeluk gaat. Aan kant gaan is lastig. Wij worden omsingeld door vrachtwagens. Ik bemoei me er niet mee. Jaden weet wat hij doet.

Deze eerste dag van onze roadtrip duurt nu al langer dan verwacht. Om 10:30 uur vertrokken en nu om 16:30 inclusief twee stops van een half uur, hebben we nog altijd 3,5 uren reistijd te gaan. Jaden gaf me op Moederdag een kaart waarin stond dat ik een stedenreis mocht uitkiezen voor ons tweën. De rollen waren omgedraaid. Nu nam hij mij mee op reis. De bestemming werd Odense (Denemarken), de stad van Odin. Als fantasie en Marvel fans pastte dat wel bij ons. We hadden bedacht dat het, gezien mijn situatie, beter was om met de auto te gaan. Gewoon rustig aan, voldoende stops onderweg en genoeg te eten en drinken bij ons.  Met een koelkastje gevuld met ieders rantsoen, pillen voor een hele week en een playlist van 300 nummers, waren we op veel voorbereid. 

Op zo een gevulde een playlist  is er altijd wel een nummer dat iedereen leuk vindt. Ik skipte een aantal nummers en drukte op ‘Total eclipse of the heart’. Ik probeerde met Jaden keihard mee te zingen. Hij deed uiteraard de mannenstem en ik die van de vrouw. Hij kent de tekst beter dan ik. Sommige woorden ben ik vergeten. En dat terwijl het om míjn nostalgie gaat. 

Once upon a time I was falling in love

But now I’m only falling apart

Nothing I can do
A total eclipse of the heart

“Is dit een kerstnummer?”
Ik weet precies wat hij bedoelt. Jaden en ik hebben dezelfde hersenkronkel.

Bedoel je door dat geluid dat lijkt op  jingle bells?

“Ja!”
We moeten er beiden hard om lachen.

Jaden heeft moeilijke jaren gehad om de lagere school. De leerkrachten wisten zich geen raad met Jadens hoogbegaafdheid en gaven hem straf. Omdat hij niet oplette, uit het raam staarde etc. Hij zegt er zich niets van te herinneren.  Ik wel. Hoe ik veel huilde, praatte, alles uit de kast trok om mijn zoon te helpen. Testen, coaching, energietherapie, plusklassen… Eenmaal in een zogenaamde Leonardo-klas geplaatst, kreeg mijn kind voor het eerst complimenten.

Vanaf de basisschool tot halverwege het technasium wist Jaden dat hij vliegtuigontwerper zou worden. In alles was dat te zien. Op reis was de bestemming minder belangrijk dan het type vliegtuig waarmee die bestemming bereikt moest worden. Uren keek hij naar ‘Air crash investigation’ gekeken. Hij had een prachtige verzameling modelvliegtuigen. Ik had eigenhandig passagiersterminal bij gemaakt. Hij maakte ook de meest ingewikkelde vliegtuigen van papier die nog vlogen ook. Als achtjarige kon hij tijdens een wedstrijd midden op het voetbalveld roepen: “kijk mama, een vliegtuig!” Dat was veel belangrijker dan de bal op de grond en de stand op het scorebord.

Jaden leerde zichzelf op zijn 7e Bach spelen op de piano. Zonder noten. Uit het hoofd. Pianoles volgde.  Hij begon ook te componeren en te produceren. In zijn zelfgebouwde studio. 

Vliegtuigontwerpen werd Informatica richting game technologie. Deze studie bleek het al heel snel niet te zijn. Een tussenjaar volgde. Misschien om te gaan reizen en dan te bedenken wat hij zou willen studeren. Want studeren moest en zou hij. Maar hij wilde niet alleen reizen. Reizen, dat deden we samen. Tijdens één van onze vele reizen naar New York besloot hij dat hij muziek wil gaan studeren en filmmuziek componeren en produceren schoorvoetend treden in de voetsporen van Hans Zimmer, filmmuziek producent.

Mijn zegen had hij. Hij had in mijn ogen immers al hele mooie, filmische stukken gecomponeerd. Hij deed auditie voor de HKU, deed een basisjaar en deed nog een auditie. Zonder succes. Mijn moederhart huilde. Gelukkig had hij een plan B: wiskunde. Inmiddels waren sinds de middelbare school alweer drie jaren verstreken.

Het eerste jaar sloot hij met een negatief studieadvies af. Weer een faalervaring dreigde. Maar de leeuwin in mij klom in de pen en schreef een bezwaarschrift. Corona, het afstandsonderwijs, het alleen zwoegen op zijn kamer hadden het voor Jaden te moeilijk gemaakt. En… kom op. Het ging om welgeteld 1 studiepunt. Het viel; in goede aarde. En nu? Jaden doet het super goed! Door zijn eigen onverschrokkenheid, de begeleiding van zijn studieadviseur van de universiteit en ons geloof in hem. Hij begint inmiddels aan zijn derde studiejaar. Hij is daarnaast shiftleader bij Pathé en wordt Teaching Assistent voor eerstejaars wiskundestudenten. OK, hij heeft wat hobbels op de weg gehad, wat omwegen bewandeld. Who cares? Hij ging niet bij de pakken neerzitten.

 Een laatste nummer voordat we Odense inrijden.
‘Ave Maria’ van Beyoncé.
“Weet je dat ze dit nummer eerst voor iemand anders hebben geschreven?”
Nee.
“Maar dat wilde die persoon niet. Ik weet niet meer wie het was. Toen zei Beyonce als je dit en dit verandert dan wil ik het wel hebben. Oh nee! Verkeerde nummer. Dat ging over ‘Halo’.”

Dit album heb ik ooit gekregen van een vriendje toen Jaden zeven jaar oud was. Deed hem aan mij denken. Ik draaide het grijs in de auto. Samen zingen met mijn zevenjarige zoon. Hij  achterin de auto. Samen proberen de hoge noten te halen.

Heerlijk kind! Wat houd ik van hem. Wat bof ik met hem. Al kan ik boos worden op hem, lang duurt het nooit. Hij heeft nog nooit zijn stem verheft, nog nooit ruzie met mij gemaakt, maar durft wel tegen mij in te gaan en zijn eigen stem te laten horen. Op zijn manier. Hij is ontzettend lief, zachtaardig en tegelijkertijd eigenaardig. Hij maakt zich overal thuis. Relaxt in zijn eigen vel. Hij heeft zich onttrokken aan de mainstream waar jongeren in terechtkomen en mee worstelen. Hij volgt geen influencers, volgt niet de laatste fashion trends, heeft geen dure merken-fetish. Nooit heb ik hem een oordeel horen vellen over een ander. Kwaad spreken doet hij simpelweg niet. Zijn derde naam is Noor, Arabisch voor licht. Hij straalt ook licht uit en heeft licht in ons leven gebracht. Het is een kind dat iedere dag tegen ons, Rik en ik, zegt dat hij van ons houdt en ons knuffelt en zoent. Wij zijn altijd knuffelaars geweest. Zijn vader en ik en nu heeft hij Rik, zijn stiefvader, ook leren knuffelen. 

Hij loopt onverschrokken naast mij als zoon van een vrouw met een houdbaarheidsdatum. Helpt zonder te klagen. We voeren nooit lange gesprekken over mijn ziekte maar ik weet dat ook hij er dagelijks mee leeft.

Zijn naam was de eerste naam die ik uitschreeuwde toen ik mijn diagnose hoorde. Mijn kind heeft mij nog nodig. Ik heb hem nodig. Ik heb hem leven gegeven, losgelaten en nu voedt hij mijn levenskracht. Hij is de eerste van wie ik onvoorwaardelijk hield en houd.

You are my heaven on earth
You are my last, my first
And then I hear this voice inside
Ave Maria

Ik veeg stiekem mijn tranen weg. We zijn bijna bij de Duits-Deense grens. Nog even en we zijn in Odense. 

 

Translate »
× Chat?