0611346979 info@waheeda.nl

Welk seizoen vind jij het mooist?
“De zomer.”
Waarom?
“Door de geuren en de warmte.”
Welke geuren?
“Van warmte en planten. Ik kan het niet zo goed uitleggen. Ik heb dan spontaan zin om te gaan fietsen. Maar ik kan nergens naartoe fietsen.”
Wat bedoel je?
“Ik bedoel in Utrecht kon ik dan rondjes om het park heen fietsen, naar papa fietsen of naar Jahi fietsen.”

Een gesprek tussen mijn zoon en ik terwijl we onderweg zijn naar het Preventief Medisch Centrum. Ik word verblind door de felheid van de zon en doe mijn ogen dicht.

Je hoort het al mijn zoon is niet een typische fietsende Nederlander. Hij wil fietsen in een stad. In een concrete jungle. Hij wil niet zonder eindbestemming fietsen, Niet fietsen om het fietsen. Fietsen met een doel.

 Zijn stiefvader mijn man, fietst erop los. Heeft meer fietskleren dan dagelijkse kleren en doet alles fietsend. Fietsen van Baarn naar Utrecht, van Utrecht naar Putten. Het hele land door. Fietsen is zijn uitlaatklep, zijn me-time, zijn therapie. Maar ook wel altijd met een route en een doel.

Ik heb als kind nooit leren fietsen. Mijn vader was denk ik bang dat ik met fiets en al gestolen zou worden of misschien vond hij het niet passen bij een meisje. Ik stond er eigenlijk nooit bij stil en heb er ook nooit om gevraagd om te leren fietsen. Mijn vader was één van de weinige mensen in mijn omgeving die wel alles op de fiets deed. In Guyana zag je nauwelijks volwassenen op een fiets en als je een fiets had dan was dat een teken van armoede. Je had een auto of je reisde met een taxi of taxibus. 

Papa bracht mij naar de lagere school zittend op zijn fietsstang. Soms samen met mijn broertje. Als een treintje achter elkaar. Gepropt op de fietsstang. We waren geukkig allemaal tenger en klein van stuk. We hebben één keer een ongeluk gehad omdat mijn broer aan de rem trok en wij over de kop gingen, midden op de weg. Doodeng! Ik weet dat er mensen om ons heen waren die het verkeer gebarend probeerden om te leiden.

Toen ik eenmaal op de middelbare school was, liep ik naar school. Maar ik keek wel op tegen vriendinnen die op stoere chopper bikes naar school kwamen. Dat wilde ik ook. Maar dat was sowieso te duur voor ons dus vragen om een fiets deed ik niet. Van mijn vader kreeg ik geld voor boeken maar niet voor onnodige dingen, zoals: nieuwe kleren, extra schoenen, make-up etc. Speelgoed was er ook niet. Dat stimuleerde mijn creativiteit. Ik heb als kind van niets, stukjes stof, een lucifer doos, lucifers, karton, canvas en verf… iets leren maken.

Ik kwam in Nederland als zeventienjarige aan in de wereld van mijn moeder zonder iets. Mijn meest waardevol bezit, mijn boeken werden door mijn vader verscheept naar Nederland. Ze zijn nooit aangekomen.

Ik die niet kon fietsen belandde in net land van fietsende massa’s. Ik heb geprobeerd om het te leren. Heb gefietst. Ben op fietsles geweest toen ik Jaden kreeg maar kreeg mijn evenwicht nooit onder controle. Ik viel om de haverklap en mijn meest bekende kreet was: opzij, opzij ik kom eraan! 

Letterlijk vallen, opstaan en doorgaan.

Mijn zoon, een urban animal, kon op zijn 4e al fietsen. Waar ik van de bossen, zee, uitgestrekte weilanden, heidevelden… alles van natuur houd, loopt en fietst hij liever langs nieuwe, uitgestrekte wijken waar jonge urban gezinnen wonen, studenten te vinden zijn, megabioscopen en skateparken voor jong en oud. Een concrete jungle dus.

Zou het komen doordat hij net zoals ik gewoon mensen en leven wil zien?

Het is dag 10 na mijn eerste chemo ronde. Waar mijn dagelijksheid er een week lang uitzag als pre-kanker dagelijksheden, lig ik vandaag uitgeput in bed. Keelpijn, bloedneus en pijn in mijn lijf. Vandaag dus bed, bloggen en boullion om de dag door te komen.

De dagen hiervoor was ik volop in de lente stemming. Ik heb altijd veel meer met de herfst en de lente gehad dan met andere seizoenen. De herfst waarin alles evolueert naar 50 shades of red om vervolgens te sterven. En, dan de lente waarin de aarde met een explosie van kleuren begint te ontwaken. Dezelfde tegenstelling als de doxorubicine (red devil) en de vitamine en mineralen-infuus (noem ik even white angel) die dood en leven symboliseren en in mijn geval ook bepalen.

Beiden even belangrijk. Beiden even nodig. Beiden de keerzijde van de ander. Beiden niet zonder de ander kunnen.

Uit allerlei persoonlijkheidstesten en typeringen, je kent ze wel, ben ik een lente type met de zomer als complementair type. Positief, creatief, waar een wil is, is een weg, (lente) type en, ook wel een realistisch, praktisch met beide benen op de grond (zomer) type. Maar als seizoen heb ik niet zo veel met de zomer, zomerhitte en zomerzon. Wat dat betreft ben ik geen typische tropenkind. Geef mij maar temperaturen tussen 18 en 23 graden en ik ben een blij mens. Subtropisch dus.

In de herfst keer ik naar binnen, richt ik me op wat er dichtbij is, blik ik terug en vooruit, reflecteer ik op wat er geweest was. En, geniet ik van de diepte en weelderigheid van de kleuren. Buiten en binnen. In mijn garderobe zal je altijd herfst en lente kleuren aantreffen.

In de lente smeed ik plannen, voel ik me overmoedig, word ik creatief, treed in naar buiten, heb ik behoefte het oude achter te laten en het nieuwe tegemoet te treden, wordt mijn avonturiersgeest aangewakkerd, ga ik op reis en was ik vaak op Times Square te vinden. Niet omdat ik Times Square zo leuk vind maar omdat mijn familie in New York woont. Mijn vader woonde tot aan zijn dood in Brooklyn NY.

Mijn uitspraak die vele klanten zullen herkennen, je hebt maar één leven, leef zoals jij wilt leven, komt voort uit deze lente levenshouding en mindset.

Een vriendin  zei deze week: “jij bent iemand die gewoon doorgaat.”

Een nicht: “ik vind het zo knap dat je alles zo positief draait, dat kost ook energie.”

 Nee, ik draai niets naar positief want dat zou inderdaad een inspanning betekenen. Ik zie de positieve kanten, ik hoef ze niet te zoeken of te verzinnen. Dus nee, dat kost geen extra energie. Dat betekent niet dat ik niet heel erg bewust ben van de hardheid en schraalheid van mijn situatie. En één ding is zeker, doorgaan doe ik en nu ook wat vaker stilstaan. Van dag tot dag.

De eerste 4 dagen van de chemo waren dagen met allesverlammende moeheid. Toch ging ik naar buiten om de zon mijn lijf te laten verwarmen, de moeheid te absorberen. Sindsdien helpt de lente zon als een bondgenoot mij om bijna als mijn oude zelf te voelen. Maar waar heb ik het eigenlijk over? Ik ben pas bij de 1e ronde en het is pas 10 dagen na de chemo.

In mijn uLMS support group vertelde een lid dat zij op de goede dagen allerlei leuke afspraken maakte. Dat heb ik nu ook gedaan.
Met Rik de eerste lentebloemen ontdekken.
Met Jaden op ontdekkingsreis door Baarn en thee drinken in het Cantonspark.
Met Vivian lopen in de winkelstraat en in de lente zon koffie drinken en het over onze levens hebben.
Met Gabriel naar de kwekerij om viooltjes en andere blijmakende lente plantjes in huis te halen, praten over haar eigenzinnige zonen en de laatste zonnestraal pakken op een terras.
Met Asha (nicht) lopen, boekhandel bezoeken, visjes halen en praten over onze familie zoals we dat altijd samen doen en met niemand anders dat zo kunnen.
Met Rik lunchen in de Machinist in Rotterdam met uitzicht op een belangrijk deel van mijn verleden. De stad waar ik als vrouw ontwaakte.
Mama spontaan bezoeken en koffie drinken in een Turks café (nog nooit gedaan)op de Hobbemaplein in Den Haag.

Deze dagen stonden ook in het teken van ziekenhuisbezoek en een bezoek aan de kliniek waar mijn immuunsysteem een flinke boost krijgt maar dat mag de lentepret niet bederven.

Mijn PICC lijn laat de herfst en de lente mijn lijf instromen. Mijn slechte en goede cellen onderdompelen. Dood en leven zaaien. 

Maar hoe dan ook al is het vandaag minder,
morgen zal het beter zijn en  heb ik,
ondanks alles,
door toedoen van mijn man met bloembakken vol violen,
lente in de kop. 

Waheeda

Mijn dagelijksheden met kanker deel ik schaamteloos met jou en, hoop je aan te moedigen je eigen wijsheid te vinden en te leven zoals jij wilt ondanks ziekte, angst of draken.

 

Translate »
× Chat?